Citaat | Hoge Raad 3 december 2004
Alinea 16 Hoge Raad 3 december 2004
Een alinea uit Hoge Raad 3 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR6881.
3.2. Ingevolge artikel 1, aanhef en letter a, van de Verordening Parkeerbelastingen 1996 van de gemeente Maastricht (hierna: de Verordening) wordt een parkeerbelasting geheven "terzake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze". Ingevolge artikel 9 geschiedt de "aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van [deze belasting] mag worden geparkeerd (...) in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit". Hierin is voorzien door het besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht van 18 juni 1998, nr. PWS98-20770 (hierna: het Aanwijzingsbesluit).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4e81f4335a88def42b1816776dcd3d276cf98bcdbd4da945250c0a2f1f3d8dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4e81f4335a88def42b1816776dcd3d276cf98bcdbd4da945250c0a2f1f3d8dd, en de alinea staat in dat document op bytes 6504 tot 7322.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4e81f4335a88def42b1816776dcd3d276cf98bcdbd4da945250c0a2f1f3d8dd | shasum -a 256