Citaat | Hoge Raad 17 december 2004
Alinea 22 Hoge Raad 17 december 2004
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR7746.
3.3. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende in 1996 aan C N.V. het recht heeft toegekend, althans de vaste toezegging heeft gedaan, om op enig toekomstig tijdstip de winstbewijzen van A B.V. over te nemen. Aan dit oordeel heeft het Hof de gevolgtrekking verbonden dat de vraag of de door belanghebbende aan C N.V. overgedragen winstbewijzen al dan niet tot een aanmerkelijk belang behoren, dient te worden beantwoord aan de hand van de ten tijde van de verlening van het vorenbedoelde recht geldende wetgeving. De vraag of de winstbewijzen ingevolge artikel XIII van de Wet van 13 december 1996 tot wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting), Stb. 1996, 652 (hierna: de Wet van 13 december 1996), dan wel - of mede - op grond van artikel 20a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet) (tekst 1997) tot een aanmerkelijk belang behoren, kan volgens het Hof onbeantwoord blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4503cca2cbe69fdff932bb4396988ac6dd58f0e94965930f54183f6f35d59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4503cca2cbe69fdff932bb4396988ac6dd58f0e94965930f54183f6f35d59a, en de alinea staat in dat document op bytes 8815 tot 9823.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4503cca2cbe69fdff932bb4396988ac6dd58f0e94965930f54183f6f35d59a | shasum -a 256