Citaat | Hoge Raad 17 december 2004

Alinea 33 Hoge Raad 17 december 2004

Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR7746.

3.5. In het onderhavige geval bezat belanghebbende ultimo 1996 alle winstbewijzen van A B.V. Belanghebbende had voorts, gelet op de onder 3.1 weergegeven uitgangspunten in cassatie, op dat tijdstip een aflopend aanmerkelijk belang in de zin van artikel 39, lid 3, van de Wet (tekst 1996). Gelet hierop en op hetgeen hiervóór is overwogen, is het voordeel dat belanghebbende ter zake van de vervreemding van de winstbewijzen heeft behaald terecht tot de winst uit aanmerkelijk belang van het onderhavige jaar gerekend. 's Hofs beslissing is derhalve juist, wat er zij van de daartoe gebezigde gronden. De middelen kunnen mitsdien niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4503cca2cbe69fdff932bb4396988ac6dd58f0e94965930f54183f6f35d59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4503cca2cbe69fdff932bb4396988ac6dd58f0e94965930f54183f6f35d59a, en de alinea staat in dat document op bytes 16247 tot 16916.