Citaat | Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 102 Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AP4584.

6.4. Voorts geldt dat niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komt. Daarvoor is in een geval als het onderhavige alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan (vgl. HR 30 maart 2004, NJ 2004, 376 rov. 3.6.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6502d1159b220ca9c7ab5dd1dac6e421dfc74794f6f2d84407382ff998b2b0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6502d1159b220ca9c7ab5dd1dac6e421dfc74794f6f2d84407382ff998b2b0c, en de alinea staat in dat document op bytes 39025 tot 39666.