Citaat | Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 25 Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AP4584.

In eerste aanleg werd herhaaldelijk verzocht om toevoeging aan het dossier van de onderzoeksverslagen van de COV, voorzover relevant in verband met de in deze zaak te beantwoorden vragen. De verschillende vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie hebben tot op de dag van vandaag weinig belangstelling getoond voor de verklaringen die bij de COV zijn afgelegd. In het strafdossier bevindt zich één verklaring die bij de commissie is afgelegd, te weten het interview op 10 november 2000 met [getuige 3]. Uit de bijlagen bij de brief van 15 januari jl. van het Ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat er twee gesprekken met [getuige 3] zijn geweest, waarvan de verdediging tot dusverre kennisname werd onthouden. De officier van justitie kon blijkbaar beschikken over het verslag van één gesprek, dat kennelijk relevant genoeg werd bevonden om aan het dossier toe te voegen. Afschrift van de brief, inclusief de lijst van openbare en niet openbare gespreksverslagen wordt aan deze pleitnota gehecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6502d1159b220ca9c7ab5dd1dac6e421dfc74794f6f2d84407382ff998b2b0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6502d1159b220ca9c7ab5dd1dac6e421dfc74794f6f2d84407382ff998b2b0c, en de alinea staat in dat document op bytes 13297 tot 14322.