Citaat | Hoge Raad 1 februari 2005
Alinea 65 Hoge Raad 1 februari 2005
Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AP4584.
4.3. Het Hof, dat het verzoek heeft getoetst aan de in art. 288, eerste lid, Sv gegeven maatstaf, heeft zijn oordeel toereikend gemotiveerd. Daaraan kan de in de toelichting op het middel - geheel in het algemeen - betrokken stelling dat bij gerede twijfel aan de waarheid van een door verbalisanten op ambtseed opgemaakt proces-verbaal de verdediging in de gelegenheid dient te worden gesteld te onderzoeken of er al dan niet bewust niet naar waarheid werd geverbaliseerd, niet afdoen. Het Hof heeft immers, niet onbegrijpelijk, aangenomen dat de enkele omstandigheid dat de inhoud van de desbetreffende mededeling in het proces-verbaal achteraf onjuist bleek, geen aanwijzing vormt dat de verbalisanten die mededeling in dat proces-verbaal welbewust in strijd met de waarheid hebben gerelateerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6502d1159b220ca9c7ab5dd1dac6e421dfc74794f6f2d84407382ff998b2b0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6502d1159b220ca9c7ab5dd1dac6e421dfc74794f6f2d84407382ff998b2b0c, en de alinea staat in dat document op bytes 24822 tot 25632.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c6502d1159b220ca9c7ab5dd1dac6e421dfc74794f6f2d84407382ff998b2b0c | shasum -a 256