Citaat | Hoge Raad 18 januari 2005

Alinea 30 Hoge Raad 18 januari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR2425.

"in de periode van 1 juli 1998 tot en met 31 mei 1999 te Amsterdam telkens tezamen en in vereniging met anderen of een ander zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan opzetheling, immers hebben verdachte en zijn mededaders goederen, te weten na te noemen geldbedragen, verworven en voorhanden gehad en overgedragen, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders ten tijde van het verwerven en voorhanden krijgen van die geldbedragen wisten dat deze door de handel in verdovende middelen, in elk geval door enig misdrijf verkregen waren:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3db530fbea435b9552b22cf775ad1773100d699672573b422c8efe03b640096. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3db530fbea435b9552b22cf775ad1773100d699672573b422c8efe03b640096, en de alinea staat in dat document op bytes 11855 tot 12401.