Citaat | Hoge Raad 18 januari 2005

Alinea 36 Hoge Raad 18 januari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR2425.

4.3. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat in de bewezenverklaring met "hawala" steeds wordt gedoeld op een constructie die inhield dat, nadat door misdrijf verkregen geldbedragen door een mededader in Engeland waren ontvangen, bedragen van diezelfde grootte door een andere mededader aan de verdachte in Nederland werden verstrekt, waarna tussen genoemde mededaders verrekening plaatsvond. Het middelonderdeel berust op de opvatting dat, nu dat door de verdachte aldus verworven geld in fysieke zin niet het geld was dat door de mededader in Engeland was ontvangen, niet kan worden gezegd dat de door de verdachte verworven geldbedragen, zoals is bewezenverklaard, door misdrijf waren verkregen. Die opvatting is onjuist, zodat dit onderdeel van het middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3db530fbea435b9552b22cf775ad1773100d699672573b422c8efe03b640096. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3db530fbea435b9552b22cf775ad1773100d699672573b422c8efe03b640096, en de alinea staat in dat document op bytes 13044 tot 13828.