Citaat | Hoge Raad 21 januari 2005

Alinea 65 Hoge Raad 21 januari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR3406.

5.1 Onderdeel 1, dat zich richt tegen rov. 4.7, 4.9 en 4.11, gaat uit van de veronderstelling dat het hof daarin tot uitdrukking heeft willen brengen dat een individuele schuldeiser op grond van art. 69 F. een onbeperkt recht heeft op het verkrijgen van inlichtingen. Het onderdeel kan bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Uit niets blijkt dat het hof zou hebben miskend dat het voorschrift van art. 69 F. een beperkte strekking heeft en in beginsel slechts is gegeven om de daarin genoemden invloed toe te kennen op het beheer over de failliete boedel en om, zo zij menen dat bij dit beheer fouten worden gemaakt, deze te doen herstellen of voorkomen, en niet om hen in de gelegenheid te stellen op deze eenvoudige wijze aan hen persoonlijk toekomende rechten tegenover de boedel geldend te maken (HR 10 mei 1985, nr. 6771, NJ 1985, 792, rov. 3.2), en dat de mogelijkheid voor een individuele schuldeiser op de voet van deze bepaling inlichtingen - daaronder begrepen de openlegging van de op het faillissement betrekking hebbende boekhouding, waarom het in dit geding gaat - te verkrijgen, dienovereenkomstig is beperkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e49cd74ec0fbbb1217d9ead66bbec856b8a25ff07b3c5fb295ce33ff9d18a2c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e49cd74ec0fbbb1217d9ead66bbec856b8a25ff07b3c5fb295ce33ff9d18a2c2, en de alinea staat in dat document op bytes 17777 tot 18938.