Citaat | Hoge Raad 11 februari 2005

Alinea 38 Hoge Raad 11 februari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4466.

De kantonrechter heeft de vordering toegewezen en heeft daartoe geoordeeld (bladzijde 2, laatste alinea) dat gelet op de omstandigheid dat de politie uitdrukkelijk en ondubbelzinnig had aangegeven dat [eiseres] niet meer voor haar zou mogen werken en dat ook Asito zelf na een kort onderzoek heeft moeten vaststellen dat [eiseres] niet langer inzetbaar is binnen haar organisatie alsmede dat Asito bij brief van 24 maart 2000 aan [eiseres] had meegedeeld dat zij het dienstverband met haar wilde beëindigen, [eiseres] op 1 januari 2001 niet meer behoorde tot het personeel dat Asito speciaal voor de uitvoering van het project had ingezet. De rechten en plichten, die op 1 januari 2001 uit de arbeidsovereenkomst tussen Asito en [eiseres] voortvloeien, waren naar het oordeel van de kantonrechter derhalve niet op City Service B.V. overgegaan, zodat [eiseres] tot 1 juni 2001 (het tijdstip van de voorwaardelijke ontbinding) bij Asito in dienst was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb2ca9925dba5904c95b054cdcf36db5f6edd881807d474f29de2e799d4f4949. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb2ca9925dba5904c95b054cdcf36db5f6edd881807d474f29de2e799d4f4949, en de alinea staat in dat document op bytes 10363 tot 11326.