Citaat | Hoge Raad 11 februari 2005
Alinea 44 Hoge Raad 11 februari 2005
Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4466.
4.1 Het middel is gericht tegen de hiervoor in 3.3 geciteerde oordelen van 's hofs rov. 7. Onderdeel a klaagt dat het (impliciete) oordeel van het hof dat [eiseres] niet ontheven is uit haar functie, zonder nadere motivering onbegrijpelijk is, nu tussen partijen vaststaat dat [eiseres] niet meer op het project kon werken. Onderdeel b klaagt dat het hof ten onrechte de essentiële stelling van [eiseres], dat zij niet meer op het project kon werken, onbesproken heeft gelaten. Onderdeel c klaagt dat het oordeel van een onjuiste rechtsopvatting blijk geeft, voorzover het hof heeft bedoeld dat er van een ontheffing uit de functie slechts dan sprake zou kunnen zijn wanneer [eiseres] officieel en met zoveel woorden uit haar functie zou zijn ontheven, nu immers voor de beoordeling van de vraag of een medewerker is aan te merken als een "aldaar werkzame" medewerker niet slechts de formele status van de betreffende medewerker maar (vooral ook) de feitelijke situatie in aanmerking genomen zal dienen te worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb2ca9925dba5904c95b054cdcf36db5f6edd881807d474f29de2e799d4f4949. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb2ca9925dba5904c95b054cdcf36db5f6edd881807d474f29de2e799d4f4949, en de alinea staat in dat document op bytes 12993 tot 14020.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb2ca9925dba5904c95b054cdcf36db5f6edd881807d474f29de2e799d4f4949 | shasum -a 256