Citaat | Hoge Raad 28 januari 2005
Alinea 58 Hoge Raad 28 januari 2005
Een alinea uit Hoge Raad 28 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4481.
3.5 Onderdeel 2 stelt dat het hof in rov. 3.10 van zijn arrest ten onrechte heeft overwogen dat, nu niet in geschil is dat [verweerder] c.s. de overeenkomst van opdracht door intrekking en niet wegens wanprestatie aan hun zijde rechtsgeldig hebben beëindigd, de in art. 7:411 lid 2 BW genoemde situatie zich niet voordoet, zodat [eiseres] krachtens het eerste lid van dit artikel slechts recht heeft op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon. Het onderdeel voert terecht aan dat het hof hiermee blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. In de memorie van toelichting op de voorloper van het huidige art. 7:411, art. 7:416, wordt over dit tweede lid het volgende opgemerkt (Parl. Gesch. Inv. Boek 7, p. 378):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b754ebedcd09a3d057b81aedf583e1bd75eb712bfee233b91ecc60faf9b4177. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b754ebedcd09a3d057b81aedf583e1bd75eb712bfee233b91ecc60faf9b4177, en de alinea staat in dat document op bytes 20284 tot 21034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b754ebedcd09a3d057b81aedf583e1bd75eb712bfee233b91ecc60faf9b4177 | shasum -a 256