Citaat | Hoge Raad 28 januari 2005

Alinea 59 Hoge Raad 28 januari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 28 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4481.

"Het tweede lid houdt ermee rekening dat het redelijk kan zijn de opdrachtnemer ofschoon de opdracht tussentijds is geëindigd, niettemin het volle loon toe te kennen. (...) Vereist is dat het einde van de opdracht is toe te rekenen aan de opdrachtgever. Van de bepaling onder a in het voorontwerp wijkt dit in twee opzichten af. Enerzijds behoeft de beëindiging niet te berusten op wanprestatie aan de zijde van de opdrachtgever, doch kan iedere hem toerekenbare oorzaak in beginsel in aanmerking komen. Anderzijds is dit niet voldoende om hem inderdaad tot betaling van het volledige loon te verplichten; de rechter zal hebben te onderzoeken of dit, gelet op alle omstandigheden van het geval, redelijk is."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b754ebedcd09a3d057b81aedf583e1bd75eb712bfee233b91ecc60faf9b4177. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b754ebedcd09a3d057b81aedf583e1bd75eb712bfee233b91ecc60faf9b4177, en de alinea staat in dat document op bytes 21042 tot 21765.