Citaat | Hoge Raad 4 februari 2005
Alinea 46 Hoge Raad 4 februari 2005
Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4483.
3.5 Indien door de schuldenaar een akkoord is aangeboden, is in de wettelijke regeling zowel van het faillissement als van de surséance voorzien in een vergadering van schuldeisers die een vordering hebben ingediend, in welke vergadering over het aangeboden akkoord wordt gestemd, maar die vergaderingen nemen binnen het stelsel van de wet niet eenzelfde positie in. In faillissement vindt immers voorafgaand aan de raadpleging van de schuldeisers over het door de schuldenaar aangeboden akkoord een verificatievergadering plaats, waarin de ingediende vorderingen - behoudens indien een verwijzing als bedoeld in art. 122 F. plaatsvindt - bindend worden vastgesteld, ook tegenover de gefailleerde, met dien verstande dat ingevolge art. 159 F. het in kracht van gewijsde gegane vonnis van homologatie, in verband met het proces-verbaal van de verificatievergadering, ten behoeve van de erkende vorderingen, voor zover niet door de gefailleerde overeenkomstig artikel 126 F. betwist, een voor tenuitvoerlegging vatbare titel oplevert tegen de schuldenaar:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f83c652a5926a6602d39d49bfa8561dad7082d5f5ff86c960fa1f4f477c05cf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f83c652a5926a6602d39d49bfa8561dad7082d5f5ff86c960fa1f4f477c05cf2, en de alinea staat in dat document op bytes 16505 tot 17572.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f83c652a5926a6602d39d49bfa8561dad7082d5f5ff86c960fa1f4f477c05cf2 | shasum -a 256