Citaat | Hoge Raad 18 februari 2005
Alinea 49 Hoge Raad 18 februari 2005
Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4841.
3.5.1 De onderdelen 5.5 en 5.6 klagen over het oordeel van het hof dat bij de toepassing van de Wet op de kansspelen geen sprake is van discriminatie omdat deze wet in art. 1, aanhef en onder a, een ieder verbiedt zonder vergunning gelegenheid te geven tot het deelnemen aan kansspelen en niet is uitgesloten dat buitenlandse bedrijven een vergunning ingevolge deze wet krijgen. De onderdelen stellen dat het hof heeft miskend dat de Wet op de kansspelen gelet op een groot aantal in onderdeel 5.5 opgesomde bepalingen niet voldoet aan de voorwaarde dat niet direct of indirect wordt gediscrimineerd tussen Nederlandse dienstverleners en dienstverleners uit andere lidstaten. Volgens onderdeel 5.6 is ook de handhaving van de Wet op de kansspelen via een civielrechtelijke procedure door de Lotto discriminerend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49c7b68c558e2b0f0c68fa1fd32e220ce2e0269b5ee6241736ed4cdd4b43eac5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49c7b68c558e2b0f0c68fa1fd32e220ce2e0269b5ee6241736ed4cdd4b43eac5, en de alinea staat in dat document op bytes 20908 tot 21733.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49c7b68c558e2b0f0c68fa1fd32e220ce2e0269b5ee6241736ed4cdd4b43eac5 | shasum -a 256