Citaat | Hoge Raad 18 februari 2005

Alinea 52 Hoge Raad 18 februari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4841.

3.6.1 Onderdeel 5.7 betreft de vraag of dwingende eisen van algemeen belang de met de toepassing van de Wet op de kansspelen gepaard gaande beperking van het vrij verkeer van diensten kunnen rechtvaardigen. Het hof heeft dienaangaande in rov. 4.5 met verwijzing naar onder meer het arrest van het HvJEG van 21 september 1999, zaak C-124/97 (Läärä e.a.), Jurispr. 1999, p. I-6067, waarin overwegingen van sociaal beleid, fraudebestrijding en beteugeling van de goklust als dwingende eisen van algemeen belang zijn aanvaard, geoordeeld dat de aan de Wet op de kansspelen ten grondslag liggende doelstellingen, te weten het beschermen van het publieke belang bij het inperken van fraudegevoeligheid en excessieve goklust, de vereiste dwingende redenen van algemeen belang opleveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49c7b68c558e2b0f0c68fa1fd32e220ce2e0269b5ee6241736ed4cdd4b43eac5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49c7b68c558e2b0f0c68fa1fd32e220ce2e0269b5ee6241736ed4cdd4b43eac5, en de alinea staat in dat document op bytes 23568 tot 24363.