Citaat | Hoge Raad 18 februari 2005

Alinea 64 Hoge Raad 18 februari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4841.

3.6.8 De onderdelen 5.8 en 5.9 stellen de vraag aan de orde of de Wet op de kansspelen en de handhaving van het verbod van art. 1, aanhef en onder a, jegens Ladbrokes disproportioneel zijn, omdat een en ander verder gaat dan strikt noodzakelijk is met het oog op het door de nationale wetgeving nagestreefde belang. Volgens de onderdelen zou het in strijd zijn met het karakter van internet en het bestaan van de interne markt indien Ladbrokes vanwege de keuze voor het gebruik van internet in alle lidstaten van de gemeenschap een vergunning zou moeten aanvragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49c7b68c558e2b0f0c68fa1fd32e220ce2e0269b5ee6241736ed4cdd4b43eac5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49c7b68c558e2b0f0c68fa1fd32e220ce2e0269b5ee6241736ed4cdd4b43eac5, en de alinea staat in dat document op bytes 31679 tot 32256.