Citaat | Hoge Raad 18 februari 2005

Alinea 65 Hoge Raad 18 februari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4841.

3.6.9 De onderdelen miskennen de kennelijke gedachtegang van het hof, die erop neerkomt dat niet de keuze voor internet als medium voor het aanbieden van kansspelen een beperking van het vrije dienstenverkeer door middel van een vergunningenstelsel noodzakelijk maakt, maar de omstandigheid dat de aanbieders van kansspelen via internet door de inrichting van hun website de mogelijkheid bieden dat Nederlandse ingezetenen via hun computer rechtstreeks aan de kansspelen kunnen deelnemen. In deze gedachtegang is het niet onbegrijpelijk dat het hof heeft geoordeeld dat de handhaving van het vergunningenstelsel noodzakelijk is om een ongebreidelde groei van het aanbod van kansspelen via internet tegen te gaan en dat niet aannemelijk is dat minder beperkende maatregelen mogelijk zijn en in de praktijk effectief zullen blijken. De onderdelen falen derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49c7b68c558e2b0f0c68fa1fd32e220ce2e0269b5ee6241736ed4cdd4b43eac5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49c7b68c558e2b0f0c68fa1fd32e220ce2e0269b5ee6241736ed4cdd4b43eac5, en de alinea staat in dat document op bytes 32276 tot 33149.