Citaat | Hoge Raad 18 februari 2005

Alinea 73 Hoge Raad 18 februari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4841.

3.7.3 Deze klacht faalt. Uit de rechtspraak van het HvJEG volgt weliswaar dat de financiering van sociale activiteiten uit de inkomsten uit toegelaten spelen slechts een gunstig neveneffect en niet de werkelijke rechtvaardigingsgrond van het gevoerde restrictieve beleid mag zijn (zie het vermelde arrest Gambelli, punt 62). Daaruit volgt echter niet dat de nationale overheden geen regels zouden mogen stellen met betrekking tot de verdeling van opbrengsten die zijn verkregen door of hoger zijn geworden als gevolg van een uit een oogpunt van gemeenschapsrecht geoorloofde beperking van het vrij verkeer van diensten met betrekking tot kansspelen, en daarvan is hier sprake nu de in het voorgaande behandelde klachten ongegrond zijn bevonden. Het hof heeft dan ook niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door de hier bedoelde verschillen te betrekken bij zijn oordeel dat sprake is van een ongeoorloofde voorsprong.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49c7b68c558e2b0f0c68fa1fd32e220ce2e0269b5ee6241736ed4cdd4b43eac5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49c7b68c558e2b0f0c68fa1fd32e220ce2e0269b5ee6241736ed4cdd4b43eac5, en de alinea staat in dat document op bytes 38945 tot 39888.