Citaat | Hoge Raad 18 maart 2005
Alinea 108 Hoge Raad 18 maart 2005
Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5213.
4.12 Het antwoord op de vraag of iemand jegens een ander bij het sluiten van een overeenkomst in eigen naam - dat wil zeggen: als wederpartij van die ander - is opgetreden dan wel (mede) als vertegenwoordiger van een derde, is afhankelijk van hetgeen hij en die ander daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden (vgl. HR 11 maart 1977, nr. 11086, NJ 1977, 521). Daarbij komt onder meer betekenis toe aan de aard van de desbetreffende overeenkomst en hetgeen ten aanzien van overeenkomsten als de onderhavige in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d6046b26dd96d540229ababe8b0d788ddd1023fc506b500dada8b30ebe526b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d6046b26dd96d540229ababe8b0d788ddd1023fc506b500dada8b30ebe526b6, en de alinea staat in dat document op bytes 43183 tot 43842.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d6046b26dd96d540229ababe8b0d788ddd1023fc506b500dada8b30ebe526b6 | shasum -a 256