Citaat | Hoge Raad 18 maart 2005

Alinea 116 Hoge Raad 18 maart 2005

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5213.

4.17 Ten slotte heeft, wat betreft het tegen vorderingen als de onderhavige wel aangevoerde argument dat toewijzing daarvan tot een meer defensieve beoefening van de geneeskunde zal leiden, het volgende te gelden. Zoals hiervoor in 4.1 overwogen, is de maatstaf voor aansprakelijkheid die te dezen moet worden gehanteerd, of de verloskundige heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend verloskundige ten tijde van dat handelen mocht worden verlangd. De aansprakelijkheid van het LUMC en de verloskundige is dan ook erop gebaseerd dat laatstgenoemde naar het oordeel van de door de rechtbank benoemde deskundigen, welk oordeel door rechtbank en hof is gevolgd en in cassatie niet langer is bestreden, een beroepsfout heeft gemaakt door geen verdere prenatale diagnostiek te (doen) verrichten en door niet een klinisch geneticus te consulteren, hoewel dat in de omstandigheden van het gegeven geval naar de zojuist genoemde maatstaf wel van haar had mogen worden verlangd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d6046b26dd96d540229ababe8b0d788ddd1023fc506b500dada8b30ebe526b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d6046b26dd96d540229ababe8b0d788ddd1023fc506b500dada8b30ebe526b6, en de alinea staat in dat document op bytes 50997 tot 52005.