Citaat | Hoge Raad 14 januari 2005

Alinea 44 Hoge Raad 14 januari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5752.

Het tweede lid van art. 34 bepaalt dat de rechter nadere aanwijzingen kan geven over het tijdstip van overlegging van de hiervoor bedoelde afschriften. Deze bepaling is blijkens de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II, 1999/2000, 26 855, nr. 3, blz. 6) uit praktische overwegingen in de wet opgenomen. Aldus zou, naar de zienswijze van de regering, kunnen "worden voorkomen dat de stukken van de eerste aanleg, die omvangrijk kunnen zijn, gedurende langere tijd bewaard zouden moeten worden op de griffie van het gerecht waar de zaak in hoger beroep dient."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/700b8a9fc27c8ec6ee2687e88dfb415f0b38add807bc013b7a323e3577f7d0d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 700b8a9fc27c8ec6ee2687e88dfb415f0b38add807bc013b7a323e3577f7d0d9, en de alinea staat in dat document op bytes 13384 tot 13952.