Citaat | Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 22 Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6621.

Het hof stelt vast dat op 28 april 2003 tevergeefs is getracht om de inleidende dagvaarding van verdachte om te verschijnen ter terechtzitting van 21 mei 2003, uit te reiken op het adres [a-straat 1] te [woonplaats]. Op 5 mei 2003 is de inleidende dagvaarding door een medewerker van het postkantoor aan de Torenstraat 15 te Oosterhout teruggezonden naar het arrondissementsparket Breda, waarna deze op 12 mei 2003 is uitgereikt ter griffie van de rechtbank Breda. Voorts is de inleidende dagvaarding op 13 mei 2003 als gewone brief verzonden naar bovengenoemd adres van de verdachte, nadat uit informatie van de gemeentelijke basisadministratie was gebleken dat verdachte op de dag van aanbieding van de gerechtelijke brief en tenminste vijf dagen daarna op bovengenoemd adres stond ingeschreven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9182d34f17a08af5afd36ca23d973038379c923e384cdddc63614d74cfebe14e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9182d34f17a08af5afd36ca23d973038379c923e384cdddc63614d74cfebe14e, en de alinea staat in dat document op bytes 8066 tot 8876.