Citaat | Hoge Raad 1 februari 2005
Alinea 28 Hoge Raad 1 februari 2005
Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6621.
Het hof overweegt dat onder punt 10 op de toelichting bij de inleidende dagvaarding, welke toelichting verdachte blijkens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep heeft ontvangen, expliciet is medegedeeld dat indien er een omstandigheid is geweest waardoor verdachte tevoren kon weten wat de dag van de terechtzitting was, de uitspraak na verloop van veertien dagen onherroepelijk is en dat na die termijn van veertien dagen geen rechtsmiddel meer kan worden ingesteld. Op grond hiervan kon verdachte aan de mededeling van de medewerker van de griffie van de rechtbank Breda -die kennelijk niet op de hoogte was van het feit dat verdachte datum en tijdstip van de zitting vooraf kende- niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat hij na ontvangst van de mededeling uitspraak alsnog binnen een termijn van veertien dagen de gelegenheid zou hebben om hoger beroep in te stellen. Het hof verwerpt derhalve het verweer van de verdachte."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9182d34f17a08af5afd36ca23d973038379c923e384cdddc63614d74cfebe14e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9182d34f17a08af5afd36ca23d973038379c923e384cdddc63614d74cfebe14e, en de alinea staat in dat document op bytes 10525 tot 11486.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9182d34f17a08af5afd36ca23d973038379c923e384cdddc63614d74cfebe14e | shasum -a 256