Citaat | Hoge Raad 14 oktober 2005

Alinea 18 Hoge Raad 14 oktober 2005

Een alinea uit Hoge Raad 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6821.

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende was in het onderhavige jaar vrijwillig ambtenaar van politie. Als zodanig verrichtte hij politiediensten en nam hij deel aan oefeningen en cursussen. Daarvoor ontving hij een vergoeding van ƒ 7,50 per uur. Van de uurvergoedingen werd per activiteit (werkelijke dienst, oefening of cursus) een bedrag van ƒ 5 belastingvrij toegekend als vaste onkostenvergoeding, ongeacht het aantal uren dat met de desbetreffende activiteit gemoeid was. Voor het overige werden de uurvergoedingen in de inhouding en afdracht van loonbelasting/premie volksverzekeringen betrokken; in het onderhavige jaar betrof dat een totaal van ƒ 1815. Bij het vaststellen van de aanslag heeft de Inspecteur dat bedrag van ƒ 1815 tot het (bruto) loon uit dienstbetrekking gerekend. Voor het Hof was in geschil of voormeld bedrag van ƒ 1815 terecht is aangemerkt als loon uit dienstbetrekking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11c7309e2171de578fd16a3d8a6618ba0a9eea32d6459de4eadc2f5e9a89d1d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11c7309e2171de578fd16a3d8a6618ba0a9eea32d6459de4eadc2f5e9a89d1d5, en de alinea staat in dat document op bytes 6780 tot 7729.