Citaat | Hoge Raad 8 maart 2005
Alinea 21 Hoge Raad 8 maart 2005
Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7626.
De vordering van de officier van justitie berust -kort weergegeven- op de stelling dat dit geldbedrag vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer omdat het geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de vorenomschreven strafbare feiten is verkregen. De officier van justitie stelt zich daarbij op het standpunt dat geld, afkomstig uit criminele activiteiten (in casu drugshandel) van aard in zoverre verandert dat het "besmet geld" is geworden. Het ongecontroleerde bezit van "besmet geld" is dan in strijd met de wet (gezien artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht) en het algemeen belang (gezien de mogelijke maatschappelijke ontwrichting als gevolg van drugsgelden die in de legale geldstroom terechtkomen).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a15bc0cd19e3f75f96d07e8441404b5723563c792a624729cc99f42ae6eef81f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a15bc0cd19e3f75f96d07e8441404b5723563c792a624729cc99f42ae6eef81f, en de alinea staat in dat document op bytes 7777 tot 8520.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a15bc0cd19e3f75f96d07e8441404b5723563c792a624729cc99f42ae6eef81f | shasum -a 256