Citaat | Hoge Raad 8 maart 2005

Alinea 29 Hoge Raad 8 maart 2005

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7626.

3.5.1. De onttrekking aan het verkeer is als strafrechtelijke maatregel in het Wetboek van Strafrecht opgenomen bij de Wet van 22 mei 1958, houdende wijziging van de bepalingen betreffende verbeurdverklaring en inbeslagneming (Stb. 1958, 296). Bij deze wet is in art. 36c Sr als voorwaarde voor de onttrekking aan het verkeer gesteld dat de desbetreffende voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Daaruit volgt dat het moet gaan om een voorwerp waarvan de aard relevant is in die zin dat het ongecontroleerde bezit, al dan niet in samenhang met het redelijkerwijze te verwachten gebruik daarvan, juist in verband met die aard in strijd is met de wet of het algemeen belang. Van geld als wettig betaalmiddel kan niet worden gezegd dat het een zodanige aard heeft. Overigens biedt ook de wetsgeschiedenis van genoemde wet geen enkel aanknopingspunt voor een andere opvatting. Bedoelde grond voor onttrekking aan het verkeer is sinds de invoering van de wet niet gewijzigd, terwijl bij latere aanpassingen van art. 36c Sr niet de bedoeling heeft voorgezeten wijziging te brengen in de reikwijdte van bedoelde voorwaarde. Uit het voorgaande vloeit voort dat geld als wettig betaalmiddel, ongeacht de herkomst en/of de bestemming ervan en ongeacht aan wie het toebehoort, niet vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a15bc0cd19e3f75f96d07e8441404b5723563c792a624729cc99f42ae6eef81f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a15bc0cd19e3f75f96d07e8441404b5723563c792a624729cc99f42ae6eef81f, en de alinea staat in dat document op bytes 11129 tot 12542.