Citaat | Hoge Raad 15 februari 2005
Alinea 38 Hoge Raad 15 februari 2005
Een alinea uit Hoge Raad 15 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS1803.
3.6. Door te overwegen als hiervoor onder 3.4 is weergegeven heeft de Rechtbank, die zich niet heeft uitgelaten over de vraag of de klager redelijkerwijs als rechthebbende in vorenbedoelde zin moet worden beschouwd, blijk gegeven van miskenning van die maatstaf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd75249fd6d9f7bbb8a2196cb039927187c0dfbc138cc4abda27d53c162ae618. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd75249fd6d9f7bbb8a2196cb039927187c0dfbc138cc4abda27d53c162ae618, en de alinea staat in dat document op bytes 10248 tot 10523.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd75249fd6d9f7bbb8a2196cb039927187c0dfbc138cc4abda27d53c162ae618 | shasum -a 256