Citaat | Hoge Raad 22 april 2005
Alinea 36 Hoge Raad 22 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2027.
EMI heeft hiertegen allereerst tot verweer aangevoerd dat [eiser] in zijn vorderingen niet-ontvankelijk dient te worden verklaard; de vorderingen zijn immers op de voet van art. 7:683 BW verjaard nu zij pas zijn ingesteld bij inleidende dagvaarding van 29 november 1999, derhalve na de in deze bepaling genoemde termijn van zes maanden na het einde van het dienstverband, dat immers per 1 maart 1999 is opgezegd. Subsidiair heeft EMI bestreden dat sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adeb669ec046ea5337612005a4f61bc762f37cb00454e39bda2be950db7f65f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adeb669ec046ea5337612005a4f61bc762f37cb00454e39bda2be950db7f65f4, en de alinea staat in dat document op bytes 8068 tot 8576.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/adeb669ec046ea5337612005a4f61bc762f37cb00454e39bda2be950db7f65f4 | shasum -a 256