Citaat | Hoge Raad 22 april 2005

Alinea 40 Hoge Raad 22 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2027.

3.3 De rechtbank heeft - in cassatie niet bestreden - in rov. 5.7 geoordeeld dat in de brief van [eiser] aan EMI van 15 februari 1999 (impliciet) een verzoek van [eiser] aan EMI is te lezen de onregelmatige opzegging per 1 maart 1999 in te trekken, althans in te stemmen met opzegging met inachtneming van de correcte opzegtermijn (die, naar blijkt uit de brief van 15 februari 1999, volgens [eiser] vier maanden had moeten zijn (rov. 5.9)). De rechtbank heeft - evenzo in cassatie niet bestreden - tevens geoordeeld dat het rechtsgeldig mogelijk is dat een werkgever op verzoek van en aldus met instemming van de werknemer terugkomt van een opzegging met een te korte opzegtermijn die op zichzelf volkomen rechtsgeldig is doch die de werkgever schadeplichtig maakt op grond van art. 7:677 BW, en dat herstel van een onregelmatige opzegging door de werkgever - met instemming van de werknemer - kan geschieden door een vormvrije wilsverklaring, gericht op wijziging van de opzegtermijn welke besloten kan liggen in een of meer gedragingen, alsmede - in rov. 5.9 - dat [eiser] negen gedragingen van EMI heeft genoemd waaruit naar zijn oordeel blijkt dat EMI ook zelf 1 juni 1999 als feitelijke datum van beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adeb669ec046ea5337612005a4f61bc762f37cb00454e39bda2be950db7f65f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adeb669ec046ea5337612005a4f61bc762f37cb00454e39bda2be950db7f65f4, en de alinea staat in dat document op bytes 9119 tot 10392.