Citaat | Hoge Raad 22 april 2005

Alinea 48 Hoge Raad 22 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2027.

3.6.4 Het middel klaagt ten slotte met juistheid dat de rechtbank heeft miskend dat het - mede gelet op het verzoek van [eiser] aan EMI tot verschuiving van de ontslagdatum - op de weg van EMI had gelegen om duidelijkheid te verschaffen omtrent de datum waarop het dienstverband eindigde, en wel juist omdat EMI wist of behoorde te weten dat zij in haar administratie 1 juni 1999 had ingevoerd als datum einde dienstverband en dat dit zou leiden tot een administratieve afwikkeling alsof [eiser] tot 1 juni 1999 in dienst zou zijn. Dit een en ander klemt temeer nu, zoals onderdeel 2.6 terecht betoogt, niet valt in te zien dat EMI, toen zij besloot [eiser] administratief te behandelen alsof hij eerst per 1 juni 1999 uit dienst zou gaan, niettemin enig belang had vast te houden aan 1 maart 1999 als datum waarop het dienstverband eindigde, noch dat [eiser] op een dergelijk belang en op een daarop gerichte bedoeling van EMI bedacht had moeten zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adeb669ec046ea5337612005a4f61bc762f37cb00454e39bda2be950db7f65f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adeb669ec046ea5337612005a4f61bc762f37cb00454e39bda2be950db7f65f4, en de alinea staat in dat document op bytes 15462 tot 16427.