Citaat | Hoge Raad 15 april 2005
Alinea 53 Hoge Raad 15 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2032.
3.5.3 Onderdeel 3 faalt eveneens. Het klaagt tevergeefs dat het hof ten onrechte is voorbijgegaan aan het door [eiser] gedane aanbod te bewijzen dat op 25 maart 1999 geen sprake is geweest van arbeidsrechtelijk ontslag. Het hof, dat terecht tot uitgangspunt heeft genomen dat een ontslagbesluit tevens de beëindiging van de dienstbetrekking tot gevolg heeft, heeft geoordeeld dat de vaststaande feiten en omstandigheden onvoldoende aanknopingspunten bieden voor de conclusie dat het ontslag van [eiser] niet mede het ontslag in arbeidsrechtelijke zin betrof (rov. 4.9). Daarvan uitgaande is het kennelijk oordeel van het hof dat voormeld bewijsaanbod van [eiser] moet worden gepasseerd noch onbegrijpelijk, noch ontoereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b72ffec4d3763aa00580c823bfcfc1c9f128aecb1377b2896822ee70c1f908b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b72ffec4d3763aa00580c823bfcfc1c9f128aecb1377b2896822ee70c1f908b, en de alinea staat in dat document op bytes 14582 tot 15333.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6b72ffec4d3763aa00580c823bfcfc1c9f128aecb1377b2896822ee70c1f908b | shasum -a 256