Citaat | Hoge Raad 11 maart 2005

Alinea 54 Hoge Raad 11 maart 2005

Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2619.

3.2 In deze renvooiprocedure heeft de Rabobank gevorderd dat uit de opbrengst van de executoriale verkoop van de villa aan haar dient te worden uitbetaald ƒ 221.151,55, te vermeerderen met rente à 18% per jaar vanaf 4 oktober 1993 tot de dag der voldoening, proceskosten ten bedrage van ƒ 9.009,71 en BTW over de uitroepgelden, kosten rechtens. Zij heeft daartoe gesteld dat haar vordering op [betrokkene 1] is gedekt door het recht van eerste hypotheek, ingeschreven ten behoeve van MHL, en dat zij daardoor een voorrangspositie bekleedt ten opzichte van de andere schuldeisers van [betrokkene 1].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef2d4825d3f53e1fb146c528f52135f3367de9e1314b5409089f3b9003977725. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef2d4825d3f53e1fb146c528f52135f3367de9e1314b5409089f3b9003977725, en de alinea staat in dat document op bytes 14520 tot 15134.