Citaat | Hoge Raad 11 maart 2005

Alinea 58 Hoge Raad 11 maart 2005

Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2619.

3.4 In de bestreden uitspraak heeft het hof het beroep ongegrond bevonden en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Ten aanzien van de erven [betrokkene 1] heeft het Hof geoordeeld (rov. 1) dat hun verweer in verband met het toepasselijke art. 486 lid 3 Rv., op grond waarvan [betrokkene 1] geacht moet worden zijn tegenspraak tegen de vorderingen van de Rabobank te hebben laten varen, geen bespreking behoeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef2d4825d3f53e1fb146c528f52135f3367de9e1314b5409089f3b9003977725. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef2d4825d3f53e1fb146c528f52135f3367de9e1314b5409089f3b9003977725, en de alinea staat in dat document op bytes 15874 tot 16300.