Citaat | Hoge Raad 29 april 2005
Alinea 74 Hoge Raad 29 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2685.
3.9 Het tegen dit oordeel gerichte onderdeel klaagt terecht dat de rechtbank aldus blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. In art. 2 lid 1, aanhef en onder a, van de CAO voor het bouwbedrijf wordt de werkingssfeer daarvan immers aldus omschreven, dat die CAO van toepassing is op alle werknemers, die in dienst zijn bij ondernemingen, waarvan het bedrijf is gericht op productie voor derden op het gebied van het geheel of gedeeltelijk uitvoeren van bouwwerken. Door niet de aard van het bedrijf van [eiseres], maar de aard van de werkzaamheden waarbij [verweerder] arbeidsongeschikt is geworden, beslissend te achten voor het antwoord op de vraag of de onderhavige CAO op de arbeidsverhouding tussen partijen van toepassing is, heeft de rechtbank blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0be8a40d50ce8fc1ceccd7e0ee04d37ebca2504b7c9ea6d884ca592fda48050. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0be8a40d50ce8fc1ceccd7e0ee04d37ebca2504b7c9ea6d884ca592fda48050, en de alinea staat in dat document op bytes 18475 tot 19297.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0be8a40d50ce8fc1ceccd7e0ee04d37ebca2504b7c9ea6d884ca592fda48050 | shasum -a 256