Citaat | Hoge Raad 15 april 2005

Alinea 39 Hoge Raad 15 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2710.

5.3 Deze klacht faalt. Een verklaring van een partijgetuige kan geen begin van bewijs opleveren dat als aanvullend bewijsmiddel kan dienen bij de verklaring van een andere partijgetuige. Zulks volgt niet alleen uit de tekst van art. 164 lid 2 Rv. (art. 213 lid 1 (oud) Rv.), maar ook uit de ratio van die bepaling, te weten dat het te ver zou gaan indien het aan de rechter vrijstond de juistheid van de stellingen van een der partijen, ondanks tegenspraak van de tegenpartij, te aanvaarden, uitsluitend op grond van de verklaring van de belanghebbende partij (Parl. Gesch. nieuw bewijsrecht, p. 175). Deze ratio geldt onverminderd in het geval van twee elkaar ondersteunende partijgetuigenverklaringen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2af06c20578ace4d82416e05237f7ca421b138cc04f7eb312225c1fcde998bcf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2af06c20578ace4d82416e05237f7ca421b138cc04f7eb312225c1fcde998bcf, en de alinea staat in dat document op bytes 10273 tot 10989.