Citaat | Hoge Raad 29 april 2005
Alinea 39 Hoge Raad 29 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2718.
[Betrokkene 1 en 2] (in deze procedure ook aangeduid als: de familie [betrokkene 1 en 2]) hebben op of omstreeks 7 december 1984 tegen afgifte van een 'promissory note' aan James Town een bedrag van US$ 48.000,-- geleend, welk bedrag (met rente) in de promessory note per 1 december 1987 opeisbaar was gesteld. James Town heeft het geleende bedrag niet terugbetaald en evenmin de overeengekomen rente voldaan. [Betrokkene 1 en 2] hebben Dynamo opgedragen hun vordering op grond van voornoemde geldlening op eigen naam te innen. Op grond daarvan heeft Dynamo de hiervóór in 1 weergegeven vordering ingesteld. In eerste aanleg is James Town veroordeeld tot betaling van hoofdsom en rente. Het hof heeft de hiertegen gerichte grieven verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d487f01761bc1d0b6af43df7465967d6a83685389bd52ed23fe68945311a6bc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d487f01761bc1d0b6af43df7465967d6a83685389bd52ed23fe68945311a6bc0, en de alinea staat in dat document op bytes 9270 tot 10026.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d487f01761bc1d0b6af43df7465967d6a83685389bd52ed23fe68945311a6bc0 | shasum -a 256