Citaat | Hoge Raad 29 april 2005

Alinea 48 Hoge Raad 29 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2718.

De eerste rechter en het hof hebben - niet onbegrijpelijk - geoordeeld dat de door James Town overgelegde stukken niet bewezen dat ook de familie [betrokkene 1 en 2] had ingestemd met de opschorting van de betaling. Het bewijsaanbod van James Town strekt ertoe om te dien aanzien nader bewijs door middel van getuigen te leveren. In het licht van hetgeen James Town omtrent de gang van zaken heeft aangevoerd, heeft het hof bij zijn hiervoor in 4.2.1 weergegeven oordelen hetzij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door uit te gaan van te hoge eisen ten aanzien van de mate waarin ten bewijze aangeboden stellingen moeten zijn gespecificeerd, hetzij zijn beslissing onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd. De hierop gerichte klachten van de onderdelen 11-11.3 zijn derhalve gegrond; de overige klachten behoeven geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d487f01761bc1d0b6af43df7465967d6a83685389bd52ed23fe68945311a6bc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d487f01761bc1d0b6af43df7465967d6a83685389bd52ed23fe68945311a6bc0, en de alinea staat in dat document op bytes 14823 tot 15674.