Citaat | Hoge Raad 29 april 2005

Alinea 49 Hoge Raad 29 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2718.

4.3 De onderdelen 111.1 en 111.2 (voorafgegaan door een inleiding in onderdeel III) kunnen wegens gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Anders dan waarvan in deze onderdelen wordt uitgegaan, heeft het hof niet geoordeeld dat op de vraag of in het onderhavige geval een ingebrekestelling vereist was, Engels recht van toepassing is. Mede gezien rov. 4.4, waar het hof het recht van de Kaaiman Eilanden van toepassing acht op de vraag of James Town aanspraak kan maken op afgifte van het origineel van de promissory note bij voldoening van haar daaruit voortvloeiende verplichtingen, moet worden aangenomen dat het hof op de vraag of voorafgaande ingebrekestelling was vereist, het recht van de Kaaiman Eilanden van toepassing heeft geacht, welk recht volgens het hof evenwel op dit punt overeenstemt met het Engelse recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d487f01761bc1d0b6af43df7465967d6a83685389bd52ed23fe68945311a6bc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d487f01761bc1d0b6af43df7465967d6a83685389bd52ed23fe68945311a6bc0, en de alinea staat in dat document op bytes 15694 tot 16548.