Citaat | Hoge Raad 12 april 2005

Alinea 36 Hoge Raad 12 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2769.

3.6. Hieruit heeft het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk afgeleid dat de verdachte in elk geval bij de verwurging van het slachtoffer aanwezig is geweest en dat hij [medeverdachte] daarvan niet heeft weerhouden, noch zich op enigerlei andere wijze van het handelen van [medeverdachte] heeft gedistantieerd hoewel daartoe de gelegenheid heeft bestaan gezien de tijd die met die dodingshandeling gemoeid moet zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6eddf4f45322134740e0c9dd4fb8eeab9779491bab9b2a39c2cec1b69be7949. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6eddf4f45322134740e0c9dd4fb8eeab9779491bab9b2a39c2cec1b69be7949, en de alinea staat in dat document op bytes 16242 tot 16679.