Citaat | Hoge Raad 21 januari 2005

Alinea 56 Hoge Raad 21 januari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS3534.

3.4 Voor zover onderdeel 2, dat zich richt tegen rov. 4.1 van de beschikking van de rechtbank, voortbouwt op onderdeel 1, moet het het lot daarvan delen. Voor zover het onderdeel meer in het bijzonder klaagt dat de rechtbank de omvang van het hoger beroep te beperkt heeft opgevat, nu dit onmiskenbaar mede tot inzet heeft dat reeds bij beschikking A de curatoren bevolen had moeten worden hun verslagen op de in het verzoekschrift van 27 augustus 2003 genoemde punten aan te vullen, is het eveneens tevergeefs voorgesteld. Kennelijk heeft de rechtbank dit verzoekschrift aldus begrepen dat de verlangde aanvulling haar neerslag had gevonden in de daarin gestelde vragen. Deze aan de rechtbank voorbehouden uitleg van de stukken van het geding geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent de werking van het hoger beroep en is niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7fa987e32e7c5cb308ba607dd1276f2a1a8ba477bb16071c0a3fa963e316d9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7fa987e32e7c5cb308ba607dd1276f2a1a8ba477bb16071c0a3fa963e316d9b, en de alinea staat in dat document op bytes 14658 tot 15525.