Citaat | Hoge Raad 25 november 2005
Alinea 21 Hoge Raad 25 november 2005
Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS3559.
3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende het opzetten en het uitvoeren van het collectief aanvullend vervoersysteem verricht als overheid in de zin van artikel 4, lid 5, van de Zesde richtlijn. Naar 's Hofs oordeel kan in zoverre slechts belastingplicht ontstaan op grond van artikel 4, lid 5, derde volzin, van de Zesde richtlijn, te weten indien sprake zou zijn van het door belanghebbende verrichten van personenvervoer in de zin van Bijlage D, onderdeel 5, van de Zesde richtlijn. Het Hof heeft geoordeeld dat dit niet het geval is, aangezien belanghebbende, gelet op artikel 8:1140 van het Burgerlijk Wetboek privaatrechtelijk niet als vervoerder kan worden beschouwd hetgeen voorts, aldus het Hof, in overeenstemming is met de bewoordingen van de Overeenkomst. Dit brengt naar het oordeel van het Hof mee dat C in juridisch en feitelijk opzicht als vervoerder geldt die de vervoersprestatie verricht jegens de reizigers, in dit geval de gehandicapten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bb020c60861956c3029c726d4789d833c5fefd1f11e01c11f6d33f3f615c184. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bb020c60861956c3029c726d4789d833c5fefd1f11e01c11f6d33f3f615c184, en de alinea staat in dat document op bytes 8766 tot 9744.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bb020c60861956c3029c726d4789d833c5fefd1f11e01c11f6d33f3f615c184 | shasum -a 256