Citaat | Hoge Raad 25 november 2005

Alinea 22 Hoge Raad 25 november 2005

Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS3559.

3.3.1. Voorzover middel 1 zich tegen dit oordeel verzet, betoogt het dat belanghebbende prestaties verricht als bedoeld in artikel 4, lid 5, derde volzin, van de Zesde richtlijn, en wel personenvervoer in de zin van onderdeel 5 van Bijlage D van die richtlijn. Zij heeft zich immers jegens door haar geaccepteerde gehandicapte personen verbonden om tegen vergoeding, de eigen bijdrage, deze personen te vervoeren, aldus het middel. Dat zij daarbij een derde inschakelt om het vervoer feitelijk te verrichten, doet daaraan volgens het middel niet af, evenmin als de omstandigheid dat tussen belanghebbende en degenen die worden vervoerd, geen sprake is van een overeenkomst van personenvervoer in de zin van artikel 8:1140 van het Burgerlijk Wetboek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bb020c60861956c3029c726d4789d833c5fefd1f11e01c11f6d33f3f615c184. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bb020c60861956c3029c726d4789d833c5fefd1f11e01c11f6d33f3f615c184, en de alinea staat in dat document op bytes 9764 tot 10527.