Citaat | Hoge Raad 25 november 2005

Alinea 23 Hoge Raad 25 november 2005

Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS3559.

3.3.2. Bij de Overeenkomst heeft C zich jegens belanghebbende verplicht om door belanghebbende aangewezen gehandicapte personen naar en van een door deze aangewezen plaats te vervoeren. Hiervoor heeft C een vergoeding bedongen, uitgedrukt in een bepaald bedrag per reiziger per rit. Dit laat geen andere conclusie toe dan dat C in juridisch opzicht als vervoerder een vervoersprestatie jegens belanghebbende verricht, bestaande in het vervoeren van gehandicapten. Hieraan doet niet af 's Hofs oordeel dat tussen C en de gehandicapten die van het vervoer gebruik maken, een vervoerovereenkomst bestaat. Op grond van het vorenstaande slaagt middel 1 in zoverre. Het middel behoeft voor het overige geen behandeling, evenmin als middel 2. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bb020c60861956c3029c726d4789d833c5fefd1f11e01c11f6d33f3f615c184. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bb020c60861956c3029c726d4789d833c5fefd1f11e01c11f6d33f3f615c184, en de alinea staat in dat document op bytes 10547 tot 11373.