Citaat | Hoge Raad 22 april 2005

Alinea 48 Hoge Raad 22 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS3641.

3.3 Het middel klaagt dat, nu uit de memories van antwoord van [verweerder 1] en [verweerder 2] niet blijkt dat zij bezwaar ertegen hebben gemaakt dat de zaak op een andere dag dan de oorspronkelijk aangezegde rechtsdag is aangebracht en in die memories slechts inhoudelijk verweer valt te lezen, het hof heeft miskend dat in die memories besloten ligt dat [verweerder 1] en [verweerder 2] erin hebben toegestemd dat de zaak op een latere datum dan de oorspronkelijk aangezegde rechtsdag is aangebracht en dat de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van [eiser] in zijn hoger beroep voor zover ingesteld tegen [verweerder 1] en [verweerder 2] onjuist is. In de procedure in hoger beroep van deze zaak is het vóór 1 januari 2002 geldende procesrecht van toepassing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dfaa86f46dfbf4dcac1797cb1a2aa7d0e0efe586eba09b0cba1c37c4cc6ece8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dfaa86f46dfbf4dcac1797cb1a2aa7d0e0efe586eba09b0cba1c37c4cc6ece8, en de alinea staat in dat document op bytes 12475 tot 13258.