Citaat | Hoge Raad 22 april 2005

Alinea 40 Hoge Raad 22 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS3643.

3.3.2 Bij de beoordeling van het onderdeel dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ouders dienen naar de mate van hun draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen (art. 1:404 lid 1 BW). Is een ouder ook onderhoudsplichtig jegens kinderen uit een andere relatie, en is zijn draagkracht onvoldoende om aan zijn verplichtingen jegens alle kinderen volledig te voldoen, dan brengt een redelijke wetstoepassing mee dat het voor onderhoud beschikbare bedrag tussen die kinderen wordt verdeeld, in beginsel gelijkelijk, tenzij bijzondere omstandigheden, zoals een duidelijk verschil in behoefte, tot een andere verdeling aanleiding geven (vgl. HR 13 december 1991, nr. 7939, NJ 1992, 178). Het hof, dat, naar hiervoor in 3.2 werd overwogen, de maandelijkse behoefte van [dochter 1] op € 738,-- heeft bepaald en de totale maandelijkse draagkracht van de vrouw op € 524,--, heeft zijn beslissing klaarblijkelijk op deze regel gebaseerd. Door te overwegen dat daarbij niet van belang is wat door de andere ouders van deze kinderen wordt betaald, heeft het hof evenwel miskend dat de bijdrage die de vader van [dochter 2] in de kosten van haar verzorging en opvoeding levert, althans behoort te leveren, mede bepalend is voor de omvang van het voor rekening van de vrouw blijvende gedeelte van de behoefte van [dochter 2]. Eerst indien de hoogte van de door de vader van [dochter 2] verschuldigde bijdrage in aanmerking wordt genomen, dan wel is bepaald, kan daarom worden beoordeeld of de draagkracht van de vrouw inderdaad onvoldoende is om aan haar verplichtingen jegens beide kinderen volledig te voldoen en, zo ja, hoe, gelet op de bij [dochter 2] aldus resterende behoefte, het bij de vrouw voor onderhoud beschikbare bedrag tussen de kinderen moet worden verdeeld. In het onderhavige geval brengt zulks mee dat de rechter de bijdrage van de man vaststelt op het bedrag waarop hij dat zou hebben bepaald, indien hij mede te oordelen zou hebben gehad over de door de vader van [dochter 2] te haren behoeve te betalen bijdrage en met inachtneming van het bedrag waarmee de vrouw, gelet op die voor [dochter 2] verschuldigde bijdrage, zelf behoort bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [dochter 2]. Voor zover onderdeel b klaagt dat het hof het vorenstaande heeft miskend, is het derhalve gegrond. De overige onderdelen behoeven geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d23eac55e64d15a67a15d4c059513c9cb05ac9c7cfadcf3b8453e12f210a1959. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d23eac55e64d15a67a15d4c059513c9cb05ac9c7cfadcf3b8453e12f210a1959, en de alinea staat in dat document op bytes 10774 tot 13212.