Citaat | Hoge Raad 13 mei 2005
Alinea 46 Hoge Raad 13 mei 2005
Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS4167.
3.4.1 Het hof heeft - in cassatie niet bestreden - vastgesteld (a) dat niet is komen vast te staan dat [betrokkene 1] ten tijde van de volmachtverleningen en bij de uitoefening van de volmachten niet in staat was zijn wil te bepalen en (b) dat hij bij leven geen aanleiding heeft gezien [verweerder] ter verantwoording te roepen omtrent de wijze waarop hij met de machtigingen is omgegaan. Daaraan heeft het hof kennelijk de gevolgtrekking verbonden dat de desbetreffende geldopnames met instemming van [betrokkene 1] zijn gedaan. Het hof heeft tevens de stelling van [eiseres] die erop neerkomt dat [betrokkene 1] niet in staat was zich verbaal uit te drukken doch enkel in staat was ja of nee te knikken, onvoldoende geoordeeld om aan deze gevolgtrekking afbreuk te doen en het in dat verband gedane bewijsaanbod gepasseerd. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e3bcb6706bf1c57a2ba1ec31fc13159e7d404f171d009b644b38a8346fb6a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e3bcb6706bf1c57a2ba1ec31fc13159e7d404f171d009b644b38a8346fb6a1, en de alinea staat in dat document op bytes 13213 tot 14174.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39e3bcb6706bf1c57a2ba1ec31fc13159e7d404f171d009b644b38a8346fb6a1 | shasum -a 256