Citaat | Hoge Raad 15 maart 2005

Alinea 37 Hoge Raad 15 maart 2005

Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS4681.

3.7. Aangezien de tegenover de politie afgelegde verklaringen van [medeverdachte] de enige bewijsmiddelen zijn waaruit verdachtes betrokkenheid bij het onder 2 tenlastegelegde feit rechtstreeks kan volgen en die [medeverdachte] nadien door de Rechter-Commissaris is gehoord en ten overstaan van deze die verklaringen heeft ingetrokken, terwijl het Hof niet diens dagvaarding of oproeping heeft bevolen, konden in het onderhavige geval de verklaringen van [medeverdachte] niet tot het bewijs worden gebezigd. De bestreden uitspraak is derhalve niet naar de eis der wet met redenen omkleed, zodat het middel terecht is voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67e50e09ec19b95dc9c98e18961fec0dfc8a3bd4d581a64b4276cf5d50072914. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67e50e09ec19b95dc9c98e18961fec0dfc8a3bd4d581a64b4276cf5d50072914, en de alinea staat in dat document op bytes 15684 tot 16327.