Citaat | Hoge Raad 12 april 2005

Alinea 28 Hoge Raad 12 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS4741.

3.3.2. Voorts dient in aanmerking te worden genomen dat een verdachte, die, kennis dragende van een tegen hem ingestelde vervolging, nalaat op de voorgeschreven wijze opgave te doen van zijn verhuizingen en/of geen in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke voorzieningen treft om te bereiken dat hij kennis krijgt van voor hem bestemde stukken die zijn achtergelaten dan wel verzonden aan het adres alwaar hij vroeger woonachtig was of stond ingeschreven en/of nalaat zich op de hoogte te stellen van de inhoud van zodanige door hem ontvangen berichten dan wel daarop niet reageert, tengevolge waarvan de inspanningen van het openbaar ministerie om de uitspraak te zijner kennis te brengen, zonder resultaat blijven, zich niet met vrucht kan beroepen op schending van de hiervoor genoemde verdragsbepaling (vgl. HR 30 januari 2001, LJN ZD2099).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57eed2c3e8fd9be2197ffc14f3579587ecba417bb56745037ef09ca1a0788f40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57eed2c3e8fd9be2197ffc14f3579587ecba417bb56745037ef09ca1a0788f40, en de alinea staat in dat document op bytes 10498 tot 11358.