Citaat | Hoge Raad 12 april 2005
Alinea 30 Hoge Raad 12 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS4741.
3.4. Voor wat betreft de periode tussen het wijzen van het vonnis in eerste aanleg en het uitreiken van de mededeling daarvan, geldt dat de rechter ambtshalve dient te onderzoeken of inbreuk is gemaakt op het recht van de verdachte op behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM. De rechter dient in zijn uitspraak te doen blijken van dat onderzoek in het geval van een bij verstek berechte zaak waarin de dagvaarding niet aan de verdachte in persoon is betekend en waarbij het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de redelijke termijn niet is overschreden, zonder nadere motivering onbegrijpelijk is (vgl. HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721, rov 3.8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57eed2c3e8fd9be2197ffc14f3579587ecba417bb56745037ef09ca1a0788f40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57eed2c3e8fd9be2197ffc14f3579587ecba417bb56745037ef09ca1a0788f40, en de alinea staat in dat document op bytes 11762 tot 12497.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/57eed2c3e8fd9be2197ffc14f3579587ecba417bb56745037ef09ca1a0788f40 | shasum -a 256